Al spelend bewegen voor een baby in topvorm

Specialisten raden aan om een kind minstens 1 uur per dag te laten bewegen tot ze 18 jaar zijn. Een goeie motorische ontwikkeling is gebaseerd op de vaardigheden die een baby verwerft in zijn eerste zes maanden. We leggen je uit hoe je al spelend van fysieke beweging een goede gewoonte kan maken. Al van bij de geboorte.

Preventieve lichaamsbeweging is heel belangrijk

Een zittend bestaan is erg verleidelijk omdat het zo makkelijk is, maar heeft twee nefaste gevolgen voor elk kind:

  • Obesitas
    Een op zeven kinderen ouder dan drie heeft overgewicht. En dat cijfer stijgt alleen maar met de leeftijd en driekwart van deze kinderen worden te dikke volwassenen. De hoofdoorzaken: te veel eten en te weinig beweging.
  • Psychomotorische achterstand
    Steeds meer jongeren vertonen een achterstand in psychomotorische ontwikkeling. En dat uit zich in trager wandelen, onhandige bewegingen en meer valpartijen.

Hoe meer kinderen bewegen, hoe kleiner de risico’s. Bovendien hebben kinderen die veel spelen (liefst nog buiten) een betere gezondheid: ze hebben minder risico op ongevallen, hun ziektes genezen sneller en ze hebben meer mentale weerbaarheid.

Van 0 tot 6 maanden: eenvoud

Baby beweegt al in de buik van mama. Hij zuigt op zijn duim, schopt met zijn voeten, opent en sluit zijn handjes. Hij is dus helemaal klaar om die lichaamsbeweging ook na de geboorte verder te zetten. Helemaal uit zichzelf neemt hij je vinger vast, trapt hij met zijn benen op de verzorgingstafel, richt hij zijn hoofd op, rolt hij op zijn buik. Alles is er dus om te zitten, kruipen, rechtstaan en uiteindelijk te wandelen. En het zal allemaal sneller gaan dan je denkt.

Help de ontwikkeling van zijn coördinatie en spierkracht spelenderwijs en terwijl je in de buurt blijft. Doe mee, wissel af en bereid je voor op het plezier dat je zal beleven als je ziet hoe leuk je kleine uk het allemaal vindt.

Deze twee eenvoudige spelletjes kan je na elk dutje doen:

  1. Leg de baby op zijn buik om hem te leren zijn hoofd op te heffen en zijn rug- en armspieren te trainen. Dat helpt hem later om te zitten, kruipen en lopen.
  2. Leg een deken op de grond dat voldoende groot is om te rollen en schuiven. Zet je ernaast met speelgoed dat hem aantrekt.

Vanaf zes maanden: samen op avontuur

Als je baby zes maanden oud is, leert hij voortdurend nieuwe bewegingen, zodat hij met al zijn energie geen blijf weet. Schuiven, klimmen en vallen … Je baby huilt, je troost hem en je zet hem weer op weg om verder te spelen. Want als volwassene wil je wel waakzaam zijn, maar overbeschermend zijn heeft een negatieve invloed op zijn ontwikkeling en zelfvertrouwen. Je wil je kind tenslotte toch geen onnodige schrik aanjagen.

Aanmoediging zit in de kleine dingen: verwondering in elke gelopen meter, in elk ‘verstopt’ voorwerp en in elk dansje. Voor de waaghalzen raadt Eva D’Hondt, VUB-professor gespecialiseerd in motoriek en psychomotorische ontwikkeling aan van een hindernissenparcours te bouwen.

Spel en beweging verzoenen

Je kan dagelijkse taakjes makkelijk verzoenen met een speelsessie. Bijvoorbeeld:

  • Laat je kindje boodschappen doen met een winkelkarretje: laat hem wat alleen wandelen, een winkelkarretje duwen en je hand vasthouden bij het oversteken.
  • Neem je kleintje vaak mee naar buiten: Naar het speelplein, de zandbak, een wandeling in het park. En als het regent trek je laarzen aan om in de plassen te springen.

Motoriek en meer

Denk eraan, fysieke activiteit bevordert ook andere elementen van de ontwikkeling:

  • Taalverwerving en ruimtelijk inzicht
    Als een kind beweegt, leert het vanzelf begrippen als onder, boven, links, rechts, traag en snel. 
  • Leven in de maatschappij
    Psychomotorische spelletjes brengen kinderen in contact met andere kinderen. Ze leren delen, omgaan met elkaar en conflicten oplossen.

Treinen, auto’s, trekdieren, ballen, loophulpjes … Je vindt onze mobiele speeltjes in het assortiment Baby’s beweging in onze webshop.