De verschillende draagmethodes

Dankzij de draagzakken en draagdoeken kan je je baby op verschillende manieren dragen. Welke draagmethode past het beste bij jou en je baby? Ontdek hier alle voor- en nadelen.

Dragen op de buik

Het dragen op de buik is een intieme manier van dragen, ideaal voor pasgeboren of kleinere baby’s die nog veel nood hebben aan fysiek contact met mama en papa. Je baby zal zich gerustgesteld voelen als hij zo dicht bij je hart is en steeds huidcontact heeft. In deze positie draag je je baby op je buik in een verticale (rechtop), naar jou kijkende positie.

Het wordt afgeraden om je baby met zijn gezichtje naar de buitenwereld te dragen. In de meeste dragers draag je je baby, in deze positie, niet in de ergonomische M-houding. Bovendien is je baby continu blootgesteld aan prikkels, zonder dat je hem kan omdraaien. Je baby zal zich veel geruster voelen als je hem met zijn gezicht naar jou draagt.

Het dragen op de buik in een draagdoek is extra handig voor mama’s die borstvoeding geven. Het biedt hun een oplossing om discreet borstvoeding te geven in openbare plaatsen. Het is ook de makkelijkste oplossing voor beginnende dragers.

Dragen op de heup

Dragen op je heup of op je zij is een natuurlijke en instinctieve positie, het is hetzelfde als wanneer je je kleine spruit opneemt om in je armen te sluiten. Deze draagpositie is ideaal wanneer de baby zichzelf al recht kan houden (vanaf ongeveer 6 à 12 maanden, afhankelijk van het draagsysteem).

Je baby kan zich gemakkelijk aan jouw lichaam vasthouden door zijn armen en benen rond jou te leggen. Je kan dus constant contact hebben met je baby. Daarnaast heeft je baby dankzij deze positie een veel groter gezichtsveld.

Of op de heup dragen gemakkelijk is hangt af van het gewicht van het kind en de duur van het dragen. Omdat het gewicht van je baby op een asymmetrische manier verdeeld wordt, kan het na een tijdje oncomfortabel aanvoelen voor jou.

Het dragen op de heup is niet aangeraden voor pasgeboren baby’s.

Dragen op de rug

Dragen op de rug is enkel aangeraden voor kinderen hun hoofdje al zelf overeind kunnen houden (vanaf ongeveer 6 à 12 maanden, afhankelijk van het draagsysteem). Het is ideaal voor iets oudere baby’s die interesse beginnen te tonen in de wereld. Op deze manier kunnen ze deelnemen aan jouw activiteiten en volop kijken naar wat er allemaal gebeurt rondom hen.

Dragen op de rug geeft je veel bewegingsvrijheid en laat je toe om je kind op een comfortabele manier te dragen.

Deze draagmethode is niet geschikt voor pasgeboren baby’s.