Leren op het potje gaan: zo doe je dat

Het ziet er misschien poepsimpel uit maar voor je baby is dat allerminst het geval. Plots ergens moeten gaan opzitten om een plas of een poepje te doen, is vaak een enge stap.

Benoem de dingen

Een uitstekende manier om je kindje bewust te maken van wat er met zijn lichaam gebeurt (en wat eruit komt), is alles te benoemen. Tijdens het verschonen bijvoorbeeld. “Pipi gedaan”, “wat een dikke kaka”, “flink zo”, “dikke luier”,… laat je volledig gaan. Op de duur zal baby dat bijzonder grappig vinden en de termen leren die van pas komen om hem te leren op het potje gaan.

Vaste plaatsen voor het potje

Plaats een of meerdere potjes op vaste plekken in huis. Dat stimuleert het vertrouwen van je baby in de nieuwe stap die hij moet zetten. De nabijheid zal later bovendien zeer nuttig blijken. Tussen “moet pipi doen” en het klateren zelf, zit aanvankelijk immers slechts een twintigtal seconden. 

Wennen aan het potje

Zorg voor een ontspannen sfeer en laat baby eerst met de luier aan wennen aan zijn troon. Zorg dat het potje stabiel staat en niet verschuift tijdens het experimenteren. Een stevige rand moet houvast en comfort bieden. Het mag ook niet te groot zijn zodat baby, ongeacht of het een jongen of een meisje is, met de voetjes op de grond kan steunen, met de knieën ter hoogte van het bekken.

Hoort, wat klatert daar?

Het toiletbezoek moet een vast ritueel worden dat meermaals per dag herhaald wordt. Zodra babylief het eenmaal gewoon is, is het een goed idee om hem helemaal naakt om het potje te zetten. Heel veel kans dat hij dat prettiger vindt. Hij zal het nog veel leuker vinden, als je er gewoon gezellig gaat bijzitten om wat over poepjes en kalfjes te kletsen.

Samen het applaus doorspoelen

Het voordeel van naast je baby te zitten tijdens de potjesceremonie is bovendien dat je een bevoorrechte getuige wordt als er voor het eerst iets in het potje klatert. Kan je je potjeskoning(in) meteen overladen met complimentjes! Dat is een opsteker voor zijn zelfvertrouwen. Vervolgens loop je samen naar het toilet om door te spoelen. Als baby dat te eng vindt, omdat je iets van hem weggooit , helpt het misschien om er een uitzwaaimoment van te maken.

Hou vol en beloon gewenst gedrag

Vraag tijdens de dag regelmatig of peuterlief op het potje wil. Ongeacht zijn antwoord zet je hem voortaan geregeld op het potje. Forceren is echter nergens voor nodig want het potjesritueel moet in eerste instantie een plezierig moment worden. Boos zijn als er een ongelukje gebeurt, is daarom uit den boze. Benoemen wat je goed vindt en belonen als hij op het potje blijft zitten, een kakje of een plasje doet, is daarentegen de beste manier opdat hij het gewenste gedrag zou herhalen.

En ’s nachts?

Kan je peuter of kleuter overdag vlot de weg naar het potje of het toilet vinden als hij de druk in zijn buik voelt toenemen, dan zal je vaststellen dat hij ook ’s nachts vaak droog blijft. Gebeurt dat 5 nachten op de 7, dan stop je hem best ook ’s avonds zonder luier in bed. Probeer het succes echter vooral niet in de hand te werken door hem bijvoorbeeld na 16 uur niet meer te laten drinken. Altijd voldoende drinken primeert immers op de zindelijkheidstraining.

Ongelukjes horen erbij. Je kan ze best indijken met een matrasbeschermer en reserve beddengoed  klaar houden.  

Deze Dreambaby-potjes vindt je baby beslist comfortabel.