Het vierde verhaal op de blog van Yasmin: muggen en olifanten

Als jonge ouder is het erg leuk om te lezen hoe het er aan toe gaat in het dagelijkse leven van een blogster die in hetzelfde schuitje zit als jij. Yasmin (33 jaar), mama van Miro (2 jaar) en Lola (4 jaar), houdt ervan met haar kindjes op denkbeeldige draken te jagen en dagdroomt van een ononderbroken nachtrust. In het 4de verhaal op haar blog vertelt ze hoe haar zoontje reageert als hij een muggenlijkje ontdekt.

‘Dat mag je niet doen, mama’

“O nee, mama, kijk!” De komkommers vielen uit Miro’s mond van de verontwaardiging. Hij wees naar de keukenvloer en ik wist meteen waarom. Daar lag het levenloze lichaam van de paardenmug die ik net met een keukenhanddoek had neergehaald. Ik zou de sporen van mijn misdaad hebben uitgewist, had ik geweten waar het lijkje was geland. Uitgerekend onder de stoel van mijn kleine grote dierenvriend, dus. “Sorry, liefje …” mompelde ik schuldbewust. Het ventje tegenover me was not amused. “Dat mag je niet doen, mama!”

Hij ziet ze allemaal even graag

Nee, dat mag ik inderdaad niet doen, want als het over dieren gaat, maakt Miro al eens van een mug een olifant. Simpelweg omdat zijn kleine kleuterhartje geen onderscheid maakt tussen een paardenmug en een olifant. Of ze nu kruipen, wriemelen, vliegen, miauwen of brullen: Miro ziet alle beestjes even graag. Als hij in zijn ene hand een ijsje heeft en er op zijn andere hand een mier kruipt, kan je er prat op gaan dat zijn interesse voor de hand mét insect groter is. En dat het ijsje tot in zijn oksels smelt terwijl hij het miertje in en uit z’n mouw laat kruipen. Mijn dikke dierenvriend is ook ontroostbaar als hij per ongeluk een ieniemienie spinnetje plattrapt.

Stadsmus vs. natuurliefhebber (onder één dak)

Grote zus Lola is Miro’s tegenpool als het over fauna en flora gaat. Lola heeft haar dieren het liefst in 2D en veilig in een boekje. Na haar geboorte trakteerden we onszelf op een dierentuinabonnement, maar het enige dierentuindier dat haar daar ooit écht wist te boeien, was de olifant-met-glijbaan-slurf in de speeltuin. 

De verklaring voor het verschil tussen onze oudste stadsmus en onze jongste natuurliefhebber hoef ik niet ver te gaan zoeken. Want ook deze stadsmus was nooit helemaal op haar gemak bij dieren. De schuld van mijn – verder helemaal geweldige – ouders, die hun drie dochters een kinderleven lang wijsmaakten dat ze ver-schrik-ke-lijk allergisch waren voor dieren. Voor alle dieren. “Ja, Yasmin, ook voor goudvissen.”

Samenwonen met een kat

Ik was uiteindelijk vierentwintig toen ik voor het eerst mijn huis en leven deelde met een dier. Na enkele maanden daten en pendelen tussen mijn biotoop (de stad) en de zijne (de natuur), stelde mijn toenmalige lief – en huidige man – plots De Grote Vraag: “Zal ik morgen terugkomen mét mijn kat?” Ik wist meteen wat dat betekende. Dat we zouden gaan samenwonen, hij en ik … én zijn kat. En vooral dat laatste vond ik een gigantische stap in onze relatie.

Mieren als huisdier

En kijk, negen jaar, twee kindjes en één overleden kat later, overweeg ik zelfs af en toe om opnieuw een dier in huis te halen. Omdat het mijn kleine dierenvriend zo gelukkig zou maken en omdat ik het zelf uiteindelijk ook heerlijk vond, zo’n harig gezinslid erbij. Maar dan herinner ik me de geur van de kattenbak …

Ach, voorlopig hebben we genoeg miertjes in de tuin om zijn dierenliefde te stillen. En de muggen? Die laat ik met rust. Voor Miro.

Jouw kleintje is gek op dieren? Neem een kijkje in ons assortiment knuffels in de webshop.