Tips voor op het potje

Zo wordt je peuter zindelijk

Vanaf twee jaar kan je starten met zindelijkheidstraining. Het is belangrijk dat je kind er klaar voor is: je kind moet het willen, begrijpen en er lichamelijk rijp voor zijn.

Je kan beginnen oefenen met het potje als:

  • je kind voelt dat er een plasje aankomt. Het leert al de spieren rondom de blaas en de sluitspieren onder controle te houden. Meestal is dat zo als je kind droge periodes heeft van ten minste twee uur.
  • je kind een verband legt tussen het toilet of het potje en plassen. Je kind begrijpt ook al wat taal. Het weet wat het betekent wanneer je zegt: “Doe maar pipi in de wc of in het potje”.
  • je kind wil meewerken. Dat kan een moeilijk punt zijn, omdat kinderen van twee à drie jaar volop hun wil ontdekken.

Klaar? Start!

Heeft je kind gedurende twee opeenvolgende uren een droge luier? Dan is de blaas groot genoeg om te starten met de training.

Je kan het best niet starten in een drukke periode of kort voor een ingrijpende gebeurtenis. Denk aan de eerste schooldag, de geboorte van een broertje of zusje of een verhuis. Die gebeurtenissen zijn zo overweldigend voor je kind, dat oefenen met het potje te veel wordt.

Zet je kind pas op het potje als het een volle blaas heeft. Herhaal dit regelmatig, bijvoorbeeld na elke maaltijd en voor het slapengaan. Neem je kind op die momenten mee naar het toilet en laat het naast jou op het potje zitten. Met een beetje geluk volgt je kind jouw voorbeeld.

Het juiste potje

Voor de meeste peuters is het toilet te hoog en lijkt de opening verschrikkelijk groot. Kies liever een goed potje op maat van je kind. Zorg dat je peuter zijn voeten op de grond kan zetten. Zo zit hij stabiel. Een verkleinbril op het toilet in combinatie met een opstapje is een goed alternatief.

De ideale plaspositie

De beste positie voor je kind is in hurkzit met de beentjes wat open en de voetjes steunend op de grond. Zowel jongens als meisjes kunnen het best op deze manier een plasje leren doen. Zo leert je kind rustig en ontspannen plassen.

Zeeën van tijd

Het is belangrijk je kind rustig de tijd te geven om te plassen. Uitspraken als ‘nog snel een plasje doen voordat we vertrekken’ doe je beter niet. Als je kind zich moet haasten, kan dit leiden tot fout plasgedrag.

Het is wel goed om regelmatig aan je kind te vragen of het moet plassen. Zo leert het bewuster om te gaan met het gevoel van een volle blaas. 

Het heeft geen zin je kind langer dan 5 minuten op het potje te laten zitten. Of te wachten tot er een plasje komt. Als je je kind dwingt, zal dat vaak een omgekeerd effect hebben.

Hoera voor elk plasje

Een plasje op het potje verdient heel veel enthousiasme. Zo stimuleer je je kind om het de volgende keer opnieuw goed te doen. Je kan je kind belonen met een applausje, ‘hoera’ roepen, extra aandacht, knuffelen … Je kind op die manier belonen kan je nooit te veel doen!

Je kan je kind ook belonen met een sticker voor elk plasje dat in het potje belandt. Zo ziet het zelf hoe vaak het lukt. Op het einde van de rit verdient je kind een kleine beloning. Denk bij de beloningen niet alleen aan materiële dingen, maar wees creatief. Je kan je kind laten kiezen wat jullie gaan eten, extra lang voorlezen, op stap naar de speeltuin ...

Ongelukje? Geen probleem!

Heeft je kind toch in zijn broekje geplast? Maak je dan niet druk. Boos worden of straffen helpt niet. Zelfs wanneer je kind al regelmatig op het potje plast, is het normaal dat er toch nog eens een ‘ongelukje’ gebeurt. Als hij verdiept is in zijn spel bijvoorbeeld of als hij worstelt met een vervelend kledingstuk.

Is je kind nog niet geïnteresseerd of lukt het helemaal niet? Wacht dan nog een maand en stel je kind gerust!

Kies je potje